Uw gezond gewicht

Voor kinderen tot 2 jaar heeft het berekenen van de BMI geen zin. Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar gelden andere BMI-waarden omdat het lichaam zich niet rechtlijnig ontwikkelt.

Vanaf 70 jaar is de BMI niet betrouwbaar meer, er spelen dan meer factoren dan de relatie tussen gewicht en gezondheid een rol. Het advies is daarom: blijf op gewicht, beweeg veel en val alleen af na overleg met de huisarts.

Een gezond gewicht is een gewicht dat geen hoger risico geeft op ziekten zoals hart- en vaatziekten, kanker en diabetes. Er zijn verschillende methoden om na te gaan of u een gezond lichaamsgewicht hebt.

De Body Mass Index

De BMI of Quetelet Index, is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte. De waarde geeft aan of uw gewicht al dan niet gezond is. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilo's te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (lengte keer lengte, uitgedrukt in meters). Voor volwassenen zou men bij een BMI van beneden18,5 (ondergewicht) best wat aankomen. Een BMI tussen 18,5 en 25 duidt op een gezond gewicht. Mensen met een BMI tussen 25 en 30 (overgewicht) zonder bijkomende gezondheidsrisico's moeten voorkomen dat ze bijkomen, maar indien er sprake is van bijkomende gezondheidsrisico's zoals een hoog cholesterolgehalte en suikerziekte of hart- en vaatziekten in de familie, dan is afvallen wél verstandig. Bij een BMI boven de 30 (obesitas) is het medisch gezien noodzakelijk om gewicht te verliezen.

Buikomtrek

Een andere methode om het risico van uw gewicht te bepalen is de buikomtrek meten. De hoeveelheid buikvet is immers belangrijk voor het gezondheidsrisico dat je gewicht oplevert. Meet uw middel op het midden tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. Bij vrouwen is het gewicht gezond bij een middelomtrek onder de 80 cm, tussen 80 en 88 cm kan men beter niet verder aankomen. Bij een middelomtrek hoger dan 88 cm is het raadzaam om af te vallen. Mannen hebben een gezond gewicht bij een middelomtrek onder 94 cm, de grens komt in zicht bij een middelomtrek tussen 94 en 102 cm en boven de 102 cm zit men zich in de gevarenzone.

Generic placeholder image
Samen geven de BMI en de middelomtrek een goed beeld van een gezond gewicht, ze geven meestal dezelfde uitkomst. Als dat niet zo is, houd je best het resultaat van de middelomtrek aan. Hier wordt namelijk rekening gehouden met het extra gezondheidsrisico van veel buikvet. Vet rond je buik is immers nadeliger voor je gezondheid dan vet op je heupen en billen.

Mensen die veel spieren hebben, kunnen door het gewicht van de spieren een hoge BMI (25-30) hebben. Dit terwijl zij wel een goede middelomtrek hebben. Zij hoeven in dat geval dus niet af te vallen. Een vetpercentagemeting kan hierbij uitsluitsel geven (zie tarieven).

Bel voor een afspraak